De 1* Duiker

Laten we dit het duikersequivalent van het ‘voorlopig rijbewijs’ noemen. En dat kan je al na enkele maanden behalen, dankzij intensieve én persoonlijke begeleiding door één van de vele instructeurs die BCD rijk is. Ben je minstens 14 jaar oud, heb je geen medische beperkingen en kan je probleemloos 100 meter zwemmen? Proficiat, dan beginnen we eraan! En beginnen, dat doen we natuurlijk bij de basis. Je ontdekt het belang van een goed gebalanceerde hoeveelheid lood, leert je duikmasker onder water leegmaken en komt erachter dat je met zwemvliezen op het droge best achteruit loopt. Voorts leer je hoe je van een duikfles, een trimvest en een ontspanner één geheel maakt, en hoe je daar kopje onder mee gaat. Eens je die vaardigheden onder de knie hebt en je persoonlijke instructeur daar ook van overtuigd is, mag je — uiteraard onder begeleiding van één van onze ervaren duikers — het ruime sop in. Nog niet te diep natuurlijk; 15 meter om precies te zijn. Een theorieles zonder examen en vijf positief geëvalueerde duiken later  wacht je dan dat kaartje, met daarop een blinkende eerste ster!

Lesgevers: Michel Declercq, Piet Caudron en Emmanuella Vettenburg

De 2* Duiker

De eerste onderwaterervaring heb je op zak, tijd voor stap twee. En die is niet onaanzienlijk. Als 2* Duiker laat je bij wijze van spreken het handje van je begeleider los, en neem je zelf het voortouw bij eenvoudige duiken tot maximaal 30 meter. Je moet dus onder meer een planning kunnen opmaken, navigeren onder water en duikongevallen herkennen én er gepast op reageren. Dat houdt voor het eerst ook een reeks theorielessen in. Als dat nu klonk alsof je uren in een muf lokaal moet doorbrengen, ontkrachten we dat graag meteen even! We zoeken uit wie van de vele lesgevers en kandidaten de leukste woonkamer heeft, en zetten al naargelang het tijdstip van de dag koffiekoeken of broodjes op tafel. Evalueren doen we via een schriftelijk examen, gevolgd door een zwembadexamen en een reeks proeven in open water, waarbij je voor het eerst ook zelf enkele duikleidingen doet. In principe kan je dit allemaal verhapstukken op goed een half jaar tijd, maar het comfort van je eigen tempo is ook voor ons belangrijk. En een instructeur om proeven af te nemen, vind je bij BCD sneller dan een vingerknip!

Lesgevers: Dieter Van Itterbeeck en Gaby Knevels

De 3* Duiker

De duiker die alles mag, maar niets moet, zo wordt wel eens gezegd. Op absolute beginnelingen na kan je immers het water in met iedere andere duiker — met een dieptebeperking tot 40 meter. Zulke vrijheid is natuurlijk wel gebonden aan enkele voorwaarden, die grosso modo dezelfde zijn als die voor een 2* Duiker, maar dan net dat niveautje hoger. Duiken is je tweede natuur geworden, zeg maar. Enerzijds dankzij de vele tripjes langs binnen- én buitenlandse wateren met BCD, maar natuurlijk ook nadat de club je doorheen het opleidingsparcours voor een 3* Duiker geloodst heeft. We diepen je theoretische kennis verder uit, stellen je onderwaterskills nog wat scherper in het zwembad en begeleiden je bij een nieuwe reeks proeven in open water. Naast opnieuw enkele duikleidingen — die nog strenger geëvalueerd worden — zal je bijvoorbeeld reddingen op diepte tot een goed einde moeten brengen, of een flinke afstand zwemmen in vol duikornaat. Reken toch op goed een jaar voor dat allemaal achter de rug is, en je jezelf echt een volwassen duiker mag noemen!

Lesgevers: Jean Dubois en Joeri Loos

De Assistent Instructeur

De keuze om voor AI te gaan, is er dan ook niet eentje die je gewoon een prestigieuzere duikkaart oplevert. Het is de weldoordachte beslissing om je opgedane ervaring niet langer voor jezelf te houden, maar te delen met mensen die de onderwaterwereld nog niet zo heel lang ontdekt hebben. Niet zomaar, natuurlijk, want eerst moet je ‘leren aanleren’. Dat doen we opnieuw met een theoretisch en praktisch luik, al ligt de nadruk deze keer op didactiek. We onderwerpen je bijvoorbeeld wederom aan een schriftelijke proef, enkele duikleidingen en een reeks onderwaterproeven. Maar je zal ook moeten aantonen dat je zelf proeven kan afnemen bij minder ervaren duikers. Een 2* Duiker die voor het brevet van 3* bijvoorbeeld 600 meter moet vinzwemmen, moet dat met jou aan zijn of haar zijde kunnen doen. Laten we gemakshalve zeggen dat je opnieuw zeker een jaar nodig hebt om dit brevet te behalen, en officieel deel gaat uitmaken van wat misschien wel BCD’s grootste troef is: die van het uitgebreide instructeurskader ! Zowel 3* als 4* duikers kunnen deze opleiding volgen.

Lesgevers: Herman Hoornaert, Filip Dedobbeleer en Gilbert Bauwens

De 4* Duiker

Ben je eerder een avontuurlijke duiker en zegt lesgeven je niet zoveel dan kan je het brevet van 4*duiker behalen . Dit brevet laat je toe dieper te duiken en is de aanloop naar de technische brevetten zoals rebreather-duiken enz . Deze opleiding omvat eveneens een reeks openwaterproeven, een theoretisch examen en een zwembadexamen .

Opgelet : Wil je doorstoten naar de instructeursopleiding dan moet je zowel het 4*duikers brevet als het Assistent Instructeursbrevet behaald hebben.

Lesgevers: Herman Hoornaert, Filip Dedobbeleer en Gilbert Bauwens

Basis Nitrox Duiker (BND) en Gevorderd Nitrox Duiker (GND)

En dan moeten we natuurlijk eerst even uitleggen wat nitrox precies is. Wel, nitrox is lucht, oftewel dat spul dat je in je duikfles pompt. Geen gewone lucht, natuurlijk — zie je ons daar al een extra brevet voor uitreiken? Het is ‘verrijkte lucht’. Samengevat komt het hier op neer: lucht bestaat grofweg uit 21% zuurstof en 78% stikstof (en nog wat edelgassen, voor het geval je deze vers opgedane kennis thuis eens wilt etaleren). Nitrox bevat dan weer meer zuurstof, en dus minder stikstof. Daardoor kan je onder meer langer op diepte blijven zonder decompressieverplichtingen, loop je minder risico op de fameuze duikersziekte en ben je minder vermoeid na een duik — ideaal voor vakanties. Tezamen buigen voor nitrox, dan maar? Wel… neen, want er zijn ook de ‘mindere kantjes’. Zuurstof wordt giftig vanaf een bepaalde druk, dus hoe groter het percentage zuurstof in je nitrox-mengsel, hoe minder diep je mag gaan.

Een nitrox-brevet is evenwel een aanrader voor zowel de recreatieve duiker, als de aspirant-Jules Verne. Voor de BND-versie volg je — als minstens 1* Duiker — een theoretische les bij één van onze eigen instructeurs, gevolgd door twee duiken met een nitrox-mengsel. Je meet zelf met een analysetoestel de samenstelling van het mengsel in je fles, en legt je instructeur uit wat die samenstelling voor jullie duik betekent. Als die laatste beide duiken positief evalueert, dan mag je voortaan het water in met mengsels die maximaal 40% zuurstof bevatten.

Maar wat biedt het GND-brevet dan extra? Toegegeven, dit is er eentje voor wie echt een stapje verder wil gaan in zijn of haar technisch parcours. Een GND-brevet laat je toe om meerdere nitroxmengsels tijdens eenzelfde duik te gebruiken. Zo kan je duiken doen die met lucht nooit mogelijk zouden zijn, maar die wel flink wat planning vereisen. Daarom kan je deze opleiding enkel aanvatten als 2* Duiker met een BND-brevet en minstens 100 duiken (waarvan 10 met nitrox) in je logboek. De theoriecursus die je ook hier voor de kiezen krijgt, wordt afgesloten met een schriftelijk examen. Eén openwaterproef en twee duikleidingen met nitrox later mag je jezelf Gevorderd Nitrox Duiker noemen. En geef toe, dat bekt niet onaardig!