Welkom op het zijspoor der duikbrevetten — niet pejoratief te interpreteren, uiteraard. Maar jawel, er vallen nog wat extra lintjes naast de revers van je duikcarrière te spelden. Sommige van die technische brevetten zijn erg handig, andere dan weer interessant voor wie ‘recreatief duiken’ gelijkstelt met een bad nemen. Maar bekijk vooral onderstaande lijst eens rustig alvorens te beslissen in welk kamp jij thuishoort. En je weet het: eens je een brevet wilt behalen, heb je de instructeurs bij BCD voor het uitkiezen!

Een acroniempje meer of minder, daar draaien we in het segment ’technisch duiken’ ons hand niet voor om. Maar voor de goede orde: CCR-D-A staat voor ‘Closed Circuit Diluent Air’. Deze duiker stuurt dus geen bellen richting oppervlakte, maar recycleert zijn lucht (of nitrox) met behulp van een zogeheten ‘rebreather’. Heerlijk incognito duiken, dus. Maar tenzij je net getekend hebt bij de marine, is dit natuurlijk niet het enige opzet.

Waar het dan wel om gaat? Eenvoudig: langer duiken op grotere diepte. Wie een conventionele duikuitrusting op z’n rug hijst, verliest bij elke ademteug flink wat ademgas — en hoe dieper je duikt, hoe meer  je er verliest door het druk/volume-principe. Niet zo met een rebreather. Die houdt je uitgeademde lucht gewoon bij, en jast die vervolgens door een koolstofdioxinefilter — klaar voor een tweede trip langs je longen. Waar een klassieke duik in de zone 10-30 meter doorgaans na een klein uurtje al voorbij is, houdt een rebreather je in theorie probleemloos urenlang onder water. Ideaal dus voor dat wrak op 40 meter diepte waar je al lang eens op je dooie gemak een stevig inspectierondje wil doen. En als je daar uitgeploeterd bent, dan komt voordeel nummer twee op de proppen: beperktere decompressieverplichtingen! Het gesloten systeem van de rebreather houdt je partiële zuurstofdruk constant, waardoor je een minimum aan inerte gassen opneemt. Dus je moet ook meteen een klap minder van die inerte gassen bij het stijgen uit je lichaam gefilterd krijgen. Ten slotte keren we nog even terug naar dat incognito duiken — het heeft wel degelijk ook voor de ‘recreatieve duiker’ voordelen. Want wie niet om de vijf voet een wolk bellen uitblaast, schrikt daar dan ook geen zeedieren mee op. Om maar te zeggen dat alle goeie dingen des levens per drie komen!

Maar goed, apen zijn er nu eenmaal om toch vroeg of laat eens uit die mouw te komen, en dus gooien we het maar meteen op tafel: dit weekend zomaar even een rebreather rond je nek zwachtelen en even een uurtje of vier de plas in? Gaat niet door — of toch niet zonder de nodige kwalificaties. Tijdens je opleiding mag je tot 40 meter zakken — nadat je uiteraard volledig vertrouwd bent geraakt met je rebreather. Na de nodige proeven en je daaropvolgende homologatie, mag je naar 50 meter. En dat alles natuurlijk wel volgens de NELOS-regels.

Net niet over je tong gestruikeld toen je deze even luidop wilde uitspreken? Mooi zo, dan kunnen we misschien beginnen met de definitie. CCR-D-NTx is de gangbare afkorting voor ‘Closed Circuit Diluent Normoxic Trimix’. Een gesloten circuit, dus. En dus opnieuw duiken met een rebreather… zij het toch onder ‘lichtjes’ bijgestuurde voorwaarden. Een CCR-D-NTx gebruikt namelijk trimix als verdunningsgas. De zuur- en stikstof in je fles moeten dus wat plaats maken voor een portie helium. De ‘in godsnaam, waarom??’ die je nu mogelijk over je lippen gezucht kreeg, verdient uiteraard een antwoord. En da’s vrij simpel: helium is niet toxisch of narcotisch — het doet dus omzeggens niets. Behalve dan ruimte in je fles opeisen en zo je zuur- en stikstof een beetje onder de knoet houden. En dat betekent dan weer minder gevaar voor dieptedronkenschap en CZS (zuurstofvergiftiging van het centraal zenuwstelsel). Ideaal voor de nóg wat langere en diepere duiken, en dat vertaalt zich meteen in de regels voor een CCR-D-NTx-duiker. Want ongeacht de dieptebeperking van je klassieke brevet (neem bijvoorbeeld een 3* Duiker met een beperking tot 40 meter) mag je na deze opleiding naar 60 meter zakken. Dat zal evenwel ook de maximaal toegelaten diepte zijn na het behalen van dit brevet. Een brevet dat je natuurlijk niet zomaar even in je borstzak gepleurd krijgt. Want — zoals de rode draad doorheen al deze brevetten het dicteert — zal je ook hier eerst je instructeur moeten overtuigen met een reeks proeven.

Closed Circuit Advanced Trimix: de derde en laatste van de rebreatherfamilie. Eentje die van ‘mag het wat meer zijn’ z’n credo gemaakt heeft. En ‘meer’, dat valt in deze vooral te interpreteren als ‘dieper’. De beperking tot 50 meter van de twee andere rebreatherbrevetten? Voor de CCR-D-Tx-duiker is dat het equivalent van pootjebaden. Nee, hij of zij zakt liever stevig door: tot 100 meter tijdens de opleiding, en 120 meter eens dat felbegeerde brevet op zak zit. En natuurlijk niet met gewoon wat lucht in de tank, doch wel trimix — maar dat had je als aandachtige lezer uiteraard al in de mot. Best wel noodzakelijk, ook. Want op een diepte van 120 meter moet je natuurlijk meer dan ooit rekening houden met de gevaren van onder meer stikstofnarcose en zuurstofvergiftiging. En dat betekent dan weer een uitgebalanceerd mengsel van zuurstof, nitrox en helium in je fles. Goed, je moet er wat voor overhebben om dit brevet binnen te halen — ja hoor, bovenop een hoop ervaring wederom een reeks proeven —, maar je krijgt er ook flink wat voor terug. Beeld je maar eens in wat er links en rechts op een diepte van 120 meter rond ligt te slingeren. En weet dat je als CCR-D-Tx-duiker ook ruimschoots de tijd hebt om dat op die diepte zelf te ontdekken.

Dit is er zo eentje die z’n mondhoeken pas omhoog gekruld krijgt van zodra hij met een zooi extra kilo’s naar de waterkant mag sjokken. Eén fles op de rug, een andere op de heup, zo klinkt het ERD-credo. Dat eerste exemplaar bevat gewoon perslucht of een nitroxmengsel, maar — deze zag je al mijlenver aankomen — het draait om die tweede fles. Daar pompt een ERD een aangepast nitroxmengsel of zuivere zuurstof in. Duiken doet ie met fles één, decompresseren met de zuurstofrijkere nummer twee. Het voordeel? Een ERD mag ‘zonder limieten’ decompresseren, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een GND, die zijn decompressie slechts beperkt mag inkorten met een rijker mengsel. Het nadeel? Zulke duiken vereisen meer planning en beter-dan-gemiddeld (lees: duurder) materiaal. Voor je met deze kwalificatie het water in kan, moet je natuurlijk minstens een 3* Duiker met 150 duiken zijn, waarvan een reeks op grotere diepte. En — hey, een open deur, laat ik die eens intrappen — een set theoretische en praktische proeven succesvol afwerken. Ten slotte is ook een nitroxbrevet natuurlijk onontbeerlijk.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Lucht, wat is dat eigenlijk? Stel die vraag aan een NTD, en de kans is reëel dat hij ‘dat ding waar vogels zich in verplaatsen’ antwoordt. En zo weet je meteen waar het subtiele verschil tussen een ERD en een NTD ligt. Want eigenlijk zijn ze grotendeels gelijk, gezien ze allebei een eerste mengsel gebruiken om te duiken, en een tweede om te stijgen. Maar hier is het net dat eerste mengsel — perslucht of nitrox — dat het verschil maakt. Voor een NTD komen zuur- en stikstof (de hoofdingrediënten van lucht, weet je nog?) immers pas op smaak eens je er een geut Helium bij kwakt. Een mix van drie gassen — trimix, dus. Maar waarom dan wel? Simpel: Helium heet een inert gas te zijn, wat eigenlijk gewoon een blasé manier is om te zeggen dat het niets doet. En dat is wel degelijk een pluspunt, want het betekent dat Helium toxisch noch narcotisch is. Da’s vooral handig wanneer je eens wat dieper wil duiken zonder die — laat ons eufemistisch zijn — vervelende stikstofnarcose of zuurstofvergiftiging. Hoe diep? Tot zestig meter om precies te zijn, mits specifiek materiaal en procedures, natuurlijk. En zo deelt een NTD ook zijn nadelen met een ERD: een uitgebreidere duikplanning en duurdere duikspullen. Als dat je niet afschrikt, kan je het brevet behalen na een reeks theorielessen en buitenduiken.

Work in progress, idien interesse gelieve onze duikschoolleider te contacteren

Je duikfles vol klassieke lucht pompen, dat doe je net zo snel als een blikje frisdrank uit de automaat halen. Maar als je nu plots de bedenking maakt dat je nooit eerder een doe-het-lekker-zelf-vulstation zag waar je ook wat nitrox of trimix kan scoren, dan is de verklaring net zo simpel als ze hard is: die bestaan niet. Ja, je kan natuurlijk ook gewoon je fles op de toonbank van de dichtstbijzijnde duikshop neerploffen en met een grijns enkele liters nitrox-34 lopen bestellen. Of je doet het gewoon zelf! Klinkt goed, niet? Maar in de praktijk is het natuurlijk allemaal net iets minder nattevingerwerk. Om een blenderkwalificatie voor nitrox of trimix te behalen, moet je eerst en vooral tonen dat je aan de hand van tabellen, berekeningen en specifieke software een juiste mix kan bepalen. Je moet die mix vervolgens ook nog eens zelf kunnen aanmaken, én veilig in je fles gepropt krijgen. Neem uit voorgaande zin trouwens maar vooral het woord ‘veilig’ mee, want zuivere zuurstof onder hoge druk is in onervaren handen een behoorlijk link goedje. Voor je aan de waterkant kan pronken met je huisgemaakte-extraatje-voor-onder-water heb je natuurlijk weer een reeks theorie- en praktijklessen in de wacht staan.